a - a a +

Flesvoeding

Het klaarmaken van de fles

Het klaarmaken van de fles moet precies en hygiënisch gebeuren. De juiste dosering is echt van belang, kijk hiervoor op de verpakking. Gebruik alleen het schepje dat bij de verpakking hoort.

  • Was je handen.
  • Zorg dat de plek waar je de fles klaarmaakt schoon is.
  • Lees op de verpakking van de flesvoeding hoe je het moet klaarmaken en verwarmen.
  • Gebruik water uit de kraan. Het water in Nederland is zo veilig dat het water van te voren niet gekookt hoeft te worden.
  • Probeer altijd op de binnenkant van je pols of de klaargemaakte melk niet te heet is.
  • Geef de fles meteen aan je baby, als de temperatuur goed is.
  • Laat je baby niet langer dan 30 minuten drinken. Gooi de melk die over is direct weg.
  • Het advies is iedere voeding apart te bereiden. Als het moet kunnen er  maximaal 2 voedingen van te voren worden klaargemaakt. Ze moeten wel direct na het klaarmaken in de koelkast worden gezet. De temperatuur in de koelkast moet minimaal 4 graden zijn. De klaargemaakte voeding nooit langer dan 8 uur bewaren.

Schoonmaken van de fles

  • Spoel direct na het drinken de fles en speen om met koud water.
  • Was de fles en speen na elke voeding af. In de afwasmachine op minimaal 55 graden of in een heet sopje en met een flessenborstel, daarna goed afspoelen.
  • Zet de fles en speen onderste boven op een schone doek te drogen.

Verwarmen van de voeding

Dit kan op verschillende manieren: au bain marie (in een pannetje met warm water), in een flessenwarmer of in de magnetron. De flesvoeding mag niet warmer worden dan 30-35 graden. Wanneer je de voeding in de magnetron verwarmt kan de fles nog koud aanvoelen. De inhoud kan dan wel op temperatuur zijn. Altijd schudden om de warmte van de melk goed te verdelen.

Richtlijnen magnetron:
100 ml 30 seconden op 600 Watt *
150 ml 45 seconden op 600 Watt *
200 ml 60 seconden op 600 Watt *

* bij een ander vermogen de tijden aanpassen

Houding tijdens het geven van flesvoeding

Leg je baby tijdens het voeden tegen je aan. Lichamelijk contact is erg belangrijk. Laat het niet in een babystoeltje of bedje drinken. Om te zorgen dat je baby niet te veel lucht binnenkrijgt, moet tijdens het voeden de speen altijd met melk gevuld zijn. Je hoeft niet door te gaan totdat de fles leeg is. Het is beter om te stoppen wanneer je baby dit aangeeft. Bij volledige zuigelingenvoeding heeft je baby geen extra vitamine D en K nodig. Deze vitamines zitten al in de melkpoeder. Naast de gewone zuigelingenvoeding is er ook speciale voeding voor hongerige en spugende baby's. Bij eventuele klachten mag je niet zomaar overstappen naar een andere voeding, overleg eerst met je verloskundige of t.z.t. met de verpleegkundige van het consultatiebureau.

Voeden op verzoek

Geef je baby voeding wanneer het erom vraagt. Ieder kindje heeft een eigen ritme. De meeste baby's willen ongeveer 6x per dag een flesje. Maar er zijn ook baby's die minder vaak drinken en anderen juist vaker. Als je baby niet meer wil drinken, niet opdringen. Je baby krijgt in ieder geval genoeg binnen als het goed groeit, plast en levendig is.

De eerste voeding wordt kort na de geboorte aangeboden bij zichtbare  voedingssignalen. Rooming-in heeft de voorkeur i.v.m. de voedingssignalen. Je baby geeft zelf aan wanneer hij honger heeft. Overdag mag er niet meer dan  4 uur tussen de voedingen zitten. Laat je baby ' s nachts doorslapen als hij overdag goed drinkt en wanneer hij goed groeit. Anders ' s nachts na 6 uur wakker maken en voeding aanbieden. Je baby krijgt vanaf de start een flesje aangeboden met 30 cc. Drinkt je baby dit zonder dat de voeding wordt opgedrongen dan krijgt het een flesje met 60 cc. Dit zal ongeveer rond de 3e of 4e dag zijn. De opbouw van de voeding wordt altijd bepaald in overleg met de verloskundige, de kraamverzorgende zal dit uitvoeren.

De kraamverzorgende observeert of je baby goed groeit, voldoende natte luiers heeft en of je baby tevreden is.  Er wordt gekeken of je baby geen onder- of overvoeding heeft. Is dit het geval dan overlegt de kraamverzorgende met de verloskundige. Het is belangrijk dat de hoeveelheid voeding klopt met het gewicht van  je baby. Het is van belang dat je baby 20-30 minuten over de fles doet, dit i.v.m. de zuigbehoefte.

Je baby wordt standaard gewogen op dag 1, 3, 4 en 7. Van dit beleid kan afgeweken worden op indicatie van de verloskundige.

Na de kraamperiode ga je door met het voeden op verzoek tot het bezoek van de Ouder Kind Zorg  verpleegkundige tussen de 10e en de 14e dag. Zij zal het verdere verloop m.b.t. voeding met jou bespreken.